Slavernij Curacao
door Virgilio Bazoer

“Op 1 juli 1863 werd de slavernij afgeschaft in de toenmalige Nederlandse koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen. Daarmee kwam een einde aan een periode van ruim 200 jaar slavernij in die kolonies.” Zo luidt de omschrijving van NiNsee. NiNsee is een kenniscentrum ter bevordering van onderzoek naar en verspreiding van kennis en informatie over het Nederlandse slavernijverleden en de gevolgen daarvan voor de hedendaagse samenleving.

Ik ben met NiNsee in contact gekomen nadat ik uitgenodigd ben om tijdens de herdenking enkele hoogwaardigheid bekleders te begeleiden. Een mooie kans om de herdenking van dichtbij mee te maken. Maar de gevolgen van het slavernijverleden in de hedendaagse samenleving?

Ik heb mezelf aardig verdiept in de geschiedenis van de slavernij, en dan vooral aangaande Curaçao, maar merk ik, als persoon waarbij het Curaçaose bloed door zijn aderen stroomt, iets van dit verleden? Of is het vooral oud zeer wat in stand wordt gehouden door mensen die niet vooruit willen kijken?

Als ik de ontwikkelingen op Curaçao goed volg, merk ik steeds meer dat er met beschuldigende vingers wordt gewezen. Waarom niet in plaats van die vinger een vuist maken en laten zien dat Curaçao zelfstandig heel veel kan overwinnen? Mijn herdenking aan de slavernij is tijdens dit schrijven dat Curaçao heel veel heeft overwonnen. Onderdrukking en slavernij. Wat als men tijdens de slavernij alleen maar met de vinger had gewezen in plaats van daadkrachtig zijn? Wat als Tula op 17 augustus 1795 had gezegd “ik ga de opstand niet aan met Bastian Carpata, want die wil alleen zijn eigen zaken vullen.” Wat als ze tijdens die revolutie niet hadden geleerd samen een vuist te vormen in plaats van met de vinger te wijzen? Als dat niet was gebeurd, dan hadden wij nu nooit de kracht en vrijheid gehad om onze kennis te ontwikkelen.

Het is nu aan de Curaçaoenaars om te bepalen wat te doen met die kracht en vrijheid.
Wordt het thema van herdenken wijzen met de vinger? Of wordt de kracht en vrijheid optimaal benut?

2 BERICHTEN

  1. Blijkens recente krantenberichten zouden Hollanders op Curacao “in een bubbel leven”, niet integreren, geen Papiamento spreken en voornamelijk feesten waarbij ze bierzuipend en onverstaanbaar balkend “Ola Ola” scanderen. Ze integreren niet” en “ze kleden zich bloot, feesten alleen maar en gedragen zich asociaal” is het oordeel van de autochtone/inheemse bevolking die naar verwachting binnen al te korte tijd tot allochtonen in eigen land zullen verworden. Op deze wijze kent Curaçao ook haar eigen “Marokkanen “. Als we kijken naar Nederland dan hebben als gevolg van vergelijkbare migrantengolven op Nederlandse bodem tussen het heden en het verleden allerlei politieke partijen als: de Nederlandse Volksunie, de Centrum Partij, de LPF, de PVV de kop opgestoken waar zelfs op de Antillen stemgerechtigde Nederlanders op gingen stemmen!
    Als je Macamba’s , zoals Hollanders op de Antillen in het algemeen worden genoemd, wilt zien dan moet je naar de Hollandse cafés gaan. Of naar Manchebo Beach, waar topless zonnen oogluikend wordt toegestaan. Voor de rest zijn de Hollanders thuis, op het werk of bij elkaar over de vloer. Vooral rond koffietijd. De Hollander op Aruba. Ze spelen samen tennis en spoelen samen hun prestaties weg in de Hollandse cafés waar uitsluitend zij de scepter zwaaien. Ze kopen hun brood bij de Hollandse bakker, gaan naar de Hollandse supermarkt en als één van hen even naar het moederland gaat, brengt die haring mee. Hun leven is gebaseerd op een vast patroon van herhalingen. Ze ‘mixen’ weinig of niet met de plaatselijke bevolking, koken hun Hollandse pot met kruimelaardappelen, lopen allemaal uit om Sinterklaas te begroeten en met oud en nieuw staan de oliebollen op tafel. Ze wonen wel op de Antillen maar leven toch nog steeds in het moederland. Zij hebben er geen erg in dat ze hun honden- een fenomeen waar de Antillianen en Arubanen niet aan waren gewend- onversaagd en resoluut overal lopen uit te laten en een oceaangelijke muil opzetten als er wat van wordt gezegd. Het komt er in het kort op neer dat de Antillianen zich aan deze Nederlanders moeten aanpassen.
    Volgens onderzoekers hebben de Macamba’s voor Curaçao, Bonaire en Aruba gekozen om verschillende redenen: een tijdelijke baan, genoeg van de Hollandse kou, een eigen bedrijfje, avontuur, rentenieren of zoals ik een huwelijk met iemand van Arubaanse bodem. Het Ministerie van economische zaken heeft een speciaal budget voor ondernemers op de Antillen mits men kan aantonen dat een inmiddels op de eilanden gevestigd bedrijf een samenwerking wenst aan te gaan met het aspirant bedrijf. In dat opzicht herkennen en onderkennen Nederlanders elkaar wel degelijk. Pogingen van Antillianen worden altijd afgedaan met een foefje en een leugentje in dezer voege: “leuk dat je aan ons heb gedacht, dat je in ons jouw vertrouwen hebt , maar helaas…”
    Volgens de onderzoekers hebben velen het stukken beter dan ze het in Holland hadden en velen hebben hun kleine flatje in de Randstad kunnen omwisselen voor een fris ruim huis omgeven door palmen. Velen hebben een dienstmeisje en betalen haar een maandsalaris waarvoor in Holland een werkster geen week meer wil poetsen. Velen klagen toch heel veel af en overtroeven elkaar met voorbeelden van ongemak en ‘gemis’ aan van alles .
    De pers en media op het eiland zijn thans helemaal in handen van Nederlanders zodat er over hen, ondanks hun mondvol vrijheid van meningsuiting, géén kwaad woord kan worden verkondigd. Een nog tragischer voorbeeld is dat Nederlanders heel brutaal met een zak vol geld naar het eiland gaan, ergens een huis opkopen voor een habbekrats en vanwege hun klassieke angst voor zwarte buren , hen uitkopen en met een enkeltje op het vliegtuig naar Nederland zetten alwaar de gearriveerde Antillianen reeds vanaf Schiphol met wantrouwen en minachting worden bejegend. Curaçao heeft ook een Nederlander als minister-president die daarbij nog presteert straffeloos contacten te onderhouden met de maffia en de internationale onderwereld.
    Volgens de Wereldomroep schreef Jaime Cordoba, parlementslid van regeringspartij Pueblo Soberano, onlangs een brief aan de minister van Onderwijs over Nederlandse stagiairs. Cordoba zegt klachten te hebben ontvangen van Curaçaoënaars tegen wie er is gezegd ‘dat er geen plaats is om stage op Curaçao te lopen’. Ook partijleider Helmin Wiels mengde zich in de discussie: “De lokale studenten krijgen amper stageplaatsen terwijl de Nederlandse studenten kunnen kiezen. Bovendien blijven die Nederlandse stagiairs na hun stageperiode hier werken. Ze pikken de banen van de lokale bevolking in.”
    Er is een film gemaakt, getiteld Curaçao waarbij de blijvende invloed van het koloniale verleden op de hedendaagse Curaçaose samenleving wordt getoond, zowel doorwerkend in de blanke, Nederlandse elite en haar denkkader alsmede geïnternaliseerd in de plaatselijke zwarte bevolking. Er is door de makers gekozen de witte bevolking in de film te laten vertegenwoordigen door een aantal mensen met een houding die neokolonialistisch aandoet, mensen die verwachten dat alles hetzelfde als in Nederland verloopt maar dan in een zonnige setting. De maker van de film: ‘Op Curaçao hoorde ik regelmatig grofheden van Nederlanders over de lokale bevolking, uitingen in de trant van: het luie, domme volk dat niets kan en zonder ons reddeloos is, of: die slavernij weten we nu wel, het is al zo lang geleden en wat kunnen wij er nou aan doen wat onze voorouders gedaan hebben?’ In de film zien we dat ook: blanken klagen over de bediening en vinden lokaal vermaak en cultuur maar bedenkelijk, terwijl ze al golfend hun leven verzuchten. De blanke Curaçaoënaars die al generaties lang op het eiland wonen en weinig connectie voelen met de geïmporteerde ‘island wreckers’, hebben kritiek op de film: blanken worden eenzijdig afgeschilderd. Snoep: ‘De reacties op Curaçao waren meestal woedend en men vind de film waardeloos. Volgens hen klopt niets van de gesuggereerde spanningen tussen de zwarte en witte bevolking op het eiland. Die boze reacties kwamen meestal van de blanke Hollanders op het eiland.’

  2. U slaat de spijkers op de kop meneer Drs.Ir.Ph.D. Rabin Gangadin! eindelijk iemand die in woord en geschrift zegt waar het op staat! Mijn dank is groot!

LAAT EEN BERICHT ACHTER